toen de romeinen gingen vechten,
moest ik gaan.
naar een land vol appels en een banaan.
op een schip waar een gat in zat,
kwamen we bij een keizerstad
we moesten naar de appels en de banaan
we werden opgepakt maar we mochten gaan.
we voeren verder de zee over,
we kwamen bij een zeerover.
in een groot schip,
met goud en zilver maar nog was hij sip.
we hadden niks bij ons en mochten gaan,
naar het land van de appels en een banaan.
eenmaal daar aan gekomen,
kwammen we bij cacoubomen.
dit was niet het goede land,
we gingen verder en kwamen aan een strand.
we gingen er heen,
maar we wisten meteen:...

Dit gedicht is ingezonden door appels en 1 banaan deel 1

Printbare versie
Dit gedicht verzenden naar een vriend(in)

Hierboven kun je dit gedicht een waardering geven. Het aantal punten loopt van 1 tot 10, waarbij 1 heel slecht is en 10 heel goed. Klik je op stemmen, dan wordt je stem verzonden en ga je naar het volgende gedicht.
 
Volgende gedicht: Gelukkig ken ik niet
Vorige gedicht: Gelukkige verjaardag
 
© 2006 - 2022 Jan Hengeveld.