Janneman de Waterdruppel,
Druppelde uit de kraan,
Nog voordat hij het wist,
Kwam Renskelien er aan.
Renskelien de Waterdruppel,
Viel op Janneman,
Zullen wij samen 1 zijn, Jan?
Wat denk je daar dan van?
Janneman de Waterdruppel,
Was een drup met tact,
Doch voordat hij het wist,
Zat hij aan Renskelien geplakt.
"Ojee, wat nou?" dacht Janneman,
Dit kost me zeeŽn van tijd,
Hoe raak ik deze plakkerplens,
Zo snel mogelijk kwijt?
Renskelien, o Renskelien,
Hoefde geen druppel meer,
Ze begon zelfs al te watertanden,
Janneman, was zo groot als een beer!
Janneman daarentegen,
Had een bekkie zo droog als zand,
Het leek wel of ze hem opzoog,
En dat hij zich enkel begaf aan de rand,
Want Janneman, ja Janneman,
Zat er helemaal doorheen,
Het leek haast wel alsof,
Zijn identiteit verdween,
En Renskelien bleef dronken,
Ze verdronk haast in haar illusie,
Met Janneman een relatie?
Ze hadden enkel ruzie!
Plots spuugde ze wat water uit,
En kreeg heldere gedachten,
De druppel die mij krijgen wil,
Zal naar mij moeten smachten!
Op dat moment keken Janneman,
En Renskelien naar de kraan,
Want in een golf van opwinding,
Kwam Spetter Piet er aan.
"Spetter Spat," zei Spetter Piet,
"Ik spetter aan jullie spatter."
Maar Janneman en Renskelien ,
Dachten: "Hoe of watter?"
"Spetter Piet," zei Renskelien,
"Janneman bezorgt me verdriet,
Maar we moeten dit samen oplossen,
Dus lijmen hoef je niet."
"Spetter Piet," begon ze weer,
"Ik vraag je te vertrekken,
Als ik iets met jou begin,
Zal dat toch wel uit-lekken!
Ga nu Piet en laat je los,
Ik kan dit echt niet maken,
Want Janneman, enzo enzo,
Mijn vriend, dat zal hem raken!"
Spetter Piet, die lachte zich krom,
"Natuurlijk kan je dat wel!
Een druppel is juist polygaam,
Die kent niet zoiets als een "stel",
Het woordje "stel", dat kennen we wel,
Maar we gebruiken het dan zo:
"Stel", er komt een derde bij,
Dan doen we gewoon een trio!
We plakken waar we kunnen,
En we scheiden waar we willen,
Dus Renskelien, mijn poppedop,
Daar moet je niet zwaar aan tillen!"
Piet was wijs, dat zag ze zo,
Een drup van wijs spraakwater.
"Onze liefdes zijn innig," zei hij nog,
"Onthoud dat maar voor later!
Alleen 1 ding," zei Spetter Piet,
"Wij willen in de liefde veel delen,
Het afstaan van onze atomen,
Kan ons dan zelfs niets meer schelen!
En zodra de scheiding aanbreekt,
Voelt het plots als een leeg ander leven,
Alsof een deel van onszelf,
In de ander is achtergebleven,
Maar zie het positieve," zei Piet,
"Niet enkel heb jij je ziel gegeven,
Groot kans dat ook de ander,
In de drup van jou zal blijven leven!"
Janneman was het zat,
Hij had het met beide druppels gehad.
Hij nam een sprong in het diepe,
En hoorde nog dat ze hem riepen.
Hij belandde ergens, waar doet er niet toe,
Maar wat er toen gebeurde...
Oe, oe, oe, oe.
Dacht Janneman eindelijk rust te hebben,
Hoorde hij ineens geklets.
Renskelien die hem "beertje" noemde,
En veel van Piets sikkeneel en gezwets!
Janneman de Waterdruppel,
Draaide liever de kraan weer dicht,
Maar blijkbaar was zijn ziel veroverd,
Door een kneus en een dom wicht!

Waardering: 2.89 met 9 uitgebrachte stemmen
Dit gedicht is ingezonden door Bianca

Printbare versie
Dit gedicht verzenden naar een vriend(in)

Volgende gedicht: Ik ken een ventje
Vorige gedicht: Geluk of Ongeluk

© 2006 - 2017 Jan Hengeveld.