Eenzaam en alleen,
Kijk ik om me heen,
Het is hier stil, te stil,
Ik wil hier weg, ik gil.
Ik ben bang.
Ik ga naar de gang,
Nog steeds ben ik alleen,
Niemand om me heen, niet een!
Ik hoor een gekraak,
Geknars van een kaak.
Een schim achter de deur!
Ik ga door de deur.
Daar zie ik een man,
Een man, hij is vreselijk bang.
Hij wil eten.
Hij zit helemaal te zweten.
Ik geef hem wat voedsel.
Ik heb een lekker brouwsel.
Hij eet het op.
Hij is doodop.
Ik geef hem mijn bed.
Ik dek hem toe met mijn dekbed.
Hij valt direct in slaap.
Hij is een aardige knaap.
Ikzelf zit ook steeds te gapen.
Ik ga ook maar eens slapen.

- volgende ochtend -

Woow!! Wat een lekker ding!
Ik wou dat hij niet meer wegging.
Hij spreekt me aan:
"Ik vind je mooi, ik zou liever niet weggaan."
Ik lach, lach om hoe hij het zegt.
Hij ziet, hoe ik tegen het lachen vecht,
Hij denkt dat ik hem uitlach.
Opeens: "Wat een mooie lach!"
Ik word rood.
Ook hij is donkerrood.
Onze gezichten gaan naar elkaar toe….
Hij proeft lekker zoet,
Hij zoent lekker.
Dan gaat de wekker......
Een droom.
Jammer genoeg ben ik home.
Ik kan wel huilen!
Ik ga maar weer onder de dekens schuilen.

Waardering: 7 met 3 uitgebrachte stemmen
Dit gedicht is ingezonden door Griejanne

Printbare versie
Dit gedicht verzenden naar een vriend(in)

Volgende gedicht: Een lieveheersbeestje
Vorige gedicht: Pijn en toch genieten

© 2006 - 2017 Jan Hengeveld.